Domheid als systeemrisico in de Omgevingswet: lessen Matthijs van Boxsel
In onze dagelijkse praktijk bij Allios Deite werken we aan de toepassing en interpretatie van de Omgevingswet binnen decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en publieke samenwerkingsverbanden. Daarbij merken we hoe deze wet niet alleen juridisch uitdagend is, maar ook bestuurlijk, cultureel en… filosofisch.
In deze blog reflecteer ik – geïnspireerd door *De encyclopedie van de domheid* van Matthijs van Boxsel – op het systeemrisico van domheid binnen wet- en regelgeving. Geen lichtzinnig thema, maar wél urgent. Want juist binnen complexe, goedbedoelde juridische kaders zoals de Omgevingswet, loert het gevaar van bestuurlijke domheid. Wat bedoelen we daarmee, en vooral: hoe kunnen we dit herkennen en vermijden?
Lezen is niet alleen een bron van inflatie.
Lezen inspireert en biedt de mogelijkheid verbanden te leggen die anders niet gelegd zullen worden.
Domheid is niet dom: hoe systemen zichzelf bedriegen
Volgens Van Boxsel is domheid géén gebrek aan intelligentie. Domheid is het onvermogen tot kritische zelfreflectie binnen een systeem waarvan men zelf deel uitmaakt. Het komt dus niet alleen voor bij individuen, maar ook bij organisaties, wetten, procedures en beleidscycli. En dat maakt het uiterst relevant voor de juridische wereld.
Domheid manifesteert zich in: participatietrajecten die enkel formeel zijn, regels die zichzelf bevestigen zonder effect te sorteren, en digitaal systeemdenken dat mensen buitensluit. Domheid nestelt zich daar waar systemen zichzelf als rationeel en doelmatig beschouwen, en komt daarmee juist veel voor in juridische contexten waarin beheersing en controle domineren.
De Omgevingswet als ‘slim systeem’
De Omgevingswet is ontworpen als een intelligent systeem: het beoogt integraliteit, beleidsvrijheid, maatwerk en participatie. De wet is modulair opgebouwd en stimuleert interbestuurlijke samenwerking. Zij kent open normen, lerende feedbackcycli en digitale toegankelijkheid via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Deze structuur is juridisch vernieuwend en bestuurlijk ambitieus. Maar zoals Van Boxsel zou zeggen: elke structuur die zichzelf als rationeel presenteert, draagt de kiem van domheid in zich. Juist waar systemen zichzelf als volledig doordacht presenteren, ontstaat het risico op blinde vlekken. Denk aan een participatieplicht die alleen procedureel wordt afgetikt, of aan gemeentelijke omgevingsplannen die dermate abstract zijn dat ze in de uitvoering geen richting bieden.

Voorbeelden uit de praktijk van Allios Deite
Bij Allios Deite herkennen we momenten waarop goedbedoeld juridisch ontwerp overgaat in bestuurlijke frictie. Enkele herkenbare situaties:
- Een gemeente wil een omgevingsplan flexibel houden, maar mist kaders om besluiten eenduidig te nemen. Het juridisch kader is te vaag.
- Participatie wordt ingericht als een procesvereiste, niet als inhoudelijk samenspel. Dit leidt tot teleurstelling en afhakende burgers.
- Beleidsmonitoring wordt ‘afvinkwerk’ zonder dat er bijsturing volgt. Er ontstaat een beeld van transparantie, maar zonder inhoudelijke reflectie.
In deze situaties is het juridische systeem niet per se fout – maar wel blind voor zijn maatschappelijke inbedding. En dat is waar volgens Van Boxsel domheid begint: als systemen zichzelf belangrijker gaan vinden dan de werkelijkheid waarvoor ze bedoeld zijn.
Wanneer regels rituelen worden
Van Boxsel schrijft uitgebreid over symbolisch gedrag en rituelen: structuren en handelingen die ooit functioneel waren, maar hun betekenis zijn kwijtgeraakt. In juridische context zien we dit terug in:
- Beleidsinstrumenten die vooral bestaan omdat ze in een format passen.
- Participatieverslagen die worden opgesteld zonder werkelijke interactie.
- Toetsingskaders die zó gedetailleerd zijn, dat ze ruimte voor maatwerk juist blokkeren.
Dit zijn tekenen van juridische ritualiteit. Er ontstaat een soort magisch denken: als we het proces maar volgen, komt de uitkomst vanzelf goed. Maar rechtvaardigheid en kwaliteit zijn niet automatisch het gevolg van formele juistheid. De wet is een middel, geen doel op zich.
Kaders kennen, kansen creëren
Wat vraagt dit van jou als jurist of adviseur?
Domheid is niet uit te bannen, maar wel te herkennen. Voor juristen en adviseurs betekent dit:
- Systemisch bewustzijn: inzicht in hoe juridische structuren gedrag beïnvloeden.
- Institutionele bescheidenheid: de erkenning dat niet alles met regels op te lossen is.
- Kritische reflectie: de moed om bestaande routines ter discussie te stellen.
Bij Allios Deite nemen we deze inzichten mee in onze begeleidingstrajecten. Wij ondersteunen niet alleen bij juridische implementatie, maar ook bij procesontwerp, bestuurlijke reflectie en organisatieontwikkeling. Wij geloven dat goede rechtspraktijk begint bij de erkenning van menselijke complexiteit – en dus ook van domheid als systeemrisico.

Slot: het recht als levend systeem
De Omgevingswet is een belangrijke en noodzakelijke wet. Ze biedt ruimte, flexibiliteit en integraliteit. Maar ze vraagt ook om scherpte, reflectie en bestuurlijke moed. Juist daar zit de paradox: hoe intelligenter een systeem is ontworpen, hoe groter de kans dat het zijn eigen domheid niet meer herkent.
Van Boxsel leert ons dat domheid zich niet aandient als onkunde, maar als een ‘overmaat aan zekerheid’. Juist juristen, bestuurders en beleidsmakers moeten dus alert zijn. Niet door complexiteit te vrezen, maar door het systeem regelmatig te spiegelen aan zijn bedoeling.
Bij Allios Deite helpen we organisaties dat bewustzijn te cultiveren. Want een rechtssysteem dat ruimte laat voor reflectie – en zelfs zelfspot – is uiteindelijk het meest robuust. Zoals Van Boxsel schrijft: “Domheid erkennen is de eerste stap naar wijsheid.” En dat is precies wat goed bestuur mogelijk maakt. Dáár sluiten wij ons van harte bij aan.
